Boekfragment 'Van Colombo tot corona': Thailand!

Veel tijd om te treuren om ons vertrek van Bali hadden we niet, want het volgende avontuur stond alweer voor de deur: Thailand. Chiang Mai, om precies te zijn. Ook hier zouden we voor langere tijd ‘wonen’. Minimaal een maand, maar waarschijnlijk wel twee. We hadden wederom een visum waarmee we een maand in Thailand konden blijven en dat we één keer konden verlengen zonder het land uit te hoeven. Dat betekende dat we waarschijnlijk tot begin augustus zouden blijven.


Toen we door de draaideur van het vliegveld liepen, viel het eerste grote verschil tussen Bali en Chiang Mai al als een warme gloed over ons heen. De beste reistijd voor Chiang Mai zijn onze wintermaanden, want dan is het er zonnig en relatief koel. Wij waren er nu tijdens onze zomermaanden en dat betekende dat het in Chiang Mai heet was: zo’n vijfendertig graden met veel bewolking. Maar dat mocht de pret niet drukken.


Chiang Mai is de tweede stad van Thailand, maar met zo’n 125.000 inwoners voelt het aan als een groot dorp. Het is in niets te vergelijken met hoofdstad Bangkok. Het heeft een mooi oud centrum, dat vooral populair is bij backpackers en gebouwd is binnen een ouderwetse stadsmuur. Ons appartement lag iets buiten het centrum. Via een vriend hadden we een tip gekregen voor een mooi appartementencomplex in een leuke wijk waar veel expats verbleven, en toen we direct vanaf het vliegveld een kijkje gingen nemen, waren we direct overtuigd. Het huisje had niet het paradijselijke van ons huis op Bali, maar het was een fijn appartementje op de achtste verdieping, waarin alles aanwezig was wat we nodig hadden.


Los van de temperatuur werd direct duidelijk dat Bali en Chiang Mai twee totaal verschillende werelden zijn. Waar je op Bali, en helemaal in Ubud, direct terugschakelt naar een lagere versnelling, word je in Chiang Mai direct gedwongen weer op te schakelen. Op een goede manier. Het biedt het type reuring waar ik van houd. Het is druk, maar prettig druk. Niet het type druk waar je overprikkeld van raakt.


Ons plan voor in Chiang Mai was hetzelfde als dat voor op Bali. We wilden graag een plek hebben waar we ons thuis voelden en waar we twee maanden konden verblijven, om vervolgens vanuit daar de wijde omgeving te ontdekken. We huurden een scooter voor de hele periode, die onze beste vriend werd en ons een heerlijk gevoel van vrijheid gaf. Verder was het plan om ook een beetje te werken en mijn agenda stond natuurlijk vol met trainingen.


Op hardloopgebied was het doel om in Chiang Mai de positieve lijn vanuit Bali door te trekken. Op Bali had ik al een aantal korte intervaltrainingen gedaan en mijn lange duurloop was ‘al’ tien kilometer, dus ik had inmiddels een redelijke basis. Nu werd het tijd om beide type trainingen uit te bouwen, zodat ik langere intervals deed en qua kilometeraantallen richting de afstand van een halve marathon zou groeien.


Ik had wat research gedaan naar atletiekbanen in Chiang Mai en ik had mazzel, want ik vond er twee. Vol goede moed ging ik naar de baan waarvan ik dacht dat de kans het grootst was dat ik er gebruik van mocht maken en dat was de baan op de campus van de universiteit.


Op foto’s had ik al gezien dat de baan verlicht is, waardoor ik ’s avonds kon gaan trainen. Dat was, gezien de hoge temperaturen, geen overbodige luxe. Waar ik in Ubud altijd vlak voor zonsondergang liep, zodat de temperatuur al iets was gedaald, maar het nog wel licht was, kon ik nu gewoon zo laat mogelijk gaan. Dat scheelde weer een paar graden.


Tijdens onze eerste middag, toen we net onze scooter hadden gehuurd, waren we direct naar de baan toegegaan. Hier werd me verteld dat ik er inderdaad mocht trainen en dat hij elke avond tot tien uur open is. Dat beloofde veel goeds. Zo rond half negen stapte ik de baan op voor mijn allereerste training in Thailand: in totaal acht kilometer, met daarin 4x1000 snel. Het viel me tijdens de training al op dat het gedurende mijn training steeds rustiger werd, tot het punt dat er nog een handjevol studenten aan het lopen was. Midden in mijn vierde versnelling werd duidelijk waarom: alle lichten gingen uit. De baan was blijkbaar niet tot tien, maar tot negen uur open.


Uiteraard was ik niet van plan om mijn laatste versnelling af te breken, dus de laatste vijfhonderd meter gingen niet alleen op karakter, maar ook nog eens op de tast. Toen ik klaar was met versnellen liep ik direct het stadion uit, waar de andere lopers rustig aan het bijkomen waren. Maar ik wilde mijn training nog afmaken, dus ik liep ze voorbij, om nog even vijftienhonderd meter dwars over de campus uit te lopen. De studenten keken me aan alsof ik gek was, maar dat deden ze eigenlijk de hele training al, dus wat dat betreft was dat niets nieuws.


Mijn eerste lange duurloop in Chiang Mai was er ook een om te onthouden. Ik wilde elf kilometer lopen en aangezien de temperatuur ’s avonds gevoelsmatig hoger ligt dan ’s ochtends, besloot ik om voor de verandering eens ’s ochtends te lopen. En dus zette ik mijn wekker vol goede moed om half zeven. Het viel me de dagen daarvoor al op dat de stad relatief laat op gang komt, dus ik verwachtte nog weinig verkeer op straat, zodat ik rustig mijn ding kon doen.


En dit ging eigenlijk prima: de temperatuur was prettig en er was inderdaad nog weinig verkeer. Het grote voordeel van Chiang Mai ten opzichte van Ubud is ook dat de meeste wegen vlak zijn en dat ze, niet geheel onbelangrijk in het Aziatische verkeer, ook een stoep hebben. Na twee maanden Ubud voelde het heerlijk om zowel veilig als vlak te kunnen lopen.


Helaas nam ik op negen van de elf kilometer een verkeerde afslag, waar ik pas een kilometer daarna achter kwam. En in plaats van om te draaien, besloot ik om op gevoel nog maar een paar afslagen te nemen. Dit bleek een geval van eigenwijze zelfoverschatting te zijn, want mijn richtingsgevoel is op zijn zachtst gezegd niet zo sterk. Ik eindigde mijn duurloop dan ook op een klein weggetje in een voor mij totaal onbekende wijk, zoekende naar mijn eigen appartementencomplex, dat totaal ergens anders stond.


Ik besloot om bij een restaurant te vragen of ze misschien de naam van mijn appartementencomplex kenden. Dat kenden ze niet, al kon dat misschien ook komen door het feit dat ze nul woorden Engels spraken en dat ze dus geen idee hadden waar ik naar vraag. Gelukkig was de eigenaar heel vriendelijk en snapte hij dat ik verdwaald was, waarna ik op zijn telefoon mocht opzoeken welke kant ik op moest.


Dit leidde tot een mooi misverstand, want toen ik de naam van mijn appartementencomplex intypte, leidde de routebeschrijving me naar Bangkok. De eigenaar keek me vervolgens aan met een blik die zei dat hij het een vrij bizar plan vond dat ik van plan was om van Chiang Mai naar Bangkok te lopen. Het is dan ook zo’n zeshonderd kilometer. In tweede instantie kreeg ik gelukkig wel het goede complex te zien, al was het slechte nieuws dat het nog zesentwintig minuten lopen was. Ik bleek in een totaal andere wijk te zijn beland, al liet ik dat de pret van de ervaring niet drukken. Het is altijd leuk om al hardlopend een nieuwe stad te ontdekken, dus ik vermaakte me prima.


'Van Colombo tot corona bestellen?' Dat kan hier!

Recente blogposts

Alles weergeven

#Boekfragment: KM 21 - De stilte

Nadat ik de drinkpost ben gepasseerd valt me direct op dat er aan deze kant van de brug niet meer wordt gepraat. Of, beter gezegd, er wordt niet meer gekletst. Dat was een paar kilometer geleden wel a

#RoadtoEnschede: Wat een week!

Wat een week. En dan heb ik het niet over mijn trainingsweek, maar over het coronavirus. En dan vooral over de ontwikkelingen op het gebied van het afgelasten van grote hardloopevenementen. Ik blijf h